De Ouders

‘WE MOETEN HET WETEN… ALSJEBLIEFT, ALSJEBLIEFT, ALSJEBLIEFT!’

Interview Corrie en Adrie Groen

Wat gaat er door je heen als je hoort dat je kind spoorloos is verdwenen? En wat doet het met je als die verdwijning 27 jaar later nog steeds niet opgelost is? Wat doet dit met je hoop, je relatie, je leven? En hoe belangrijk is het dat Tanja alsnog wordt ‘thuisgebracht? Een gesprek met Corrie en Adrie Groen: ‘Ik denk vaak, potverdorie, straks leef ik niet meer en dan heb ik nog geen antwoord…daar ben ik bang voor’.

De stad Schagen ligt in de Noord-Hollandse polders in de mist verscholen als ik op een voorjaarsochtend op bezoek kom. Corrie en Adrie Groen wonen in een eenvoudige, keurig opgeruimde rijtjeswoning, een paar straten van het dorpscentrum. In de woonkamer worden we meteen met Tanja geconfronteerd. Haar portretfoto en een houtskooltekening hangen aan de muur. Op een dressoir staat ook een foto met een kaarsje en een paar narcissen erbij. Aan de muur hangt een familiefoto, waarop Tanja als een soort silhouette op de achtergrond is afgebeeld… het illustreert de aanwezigheid van iemand die er niet meer is. Het is een foto die nooit in de media is te zien. Deze willen ze graag voor zichzelf houden.

Corrie en Adrie zitten samen op de bank. Kopje thee op tafel. ‘Koekje erbij?’, vraagt Corrie vriendelijk. Zij is de meest spraakzame van de twee en reageert vaak snel op vragen. Adrie is van nature stil.

Weten jullie nog het eerste moment dat Tanja weg was en dat jullie beseften: dit is niet goed, dit is helemaal fout…?

Corrie: Ja, dat was op vrijdag 2 september 1993. We kregen toen ineens een paar telefoontjes van studiegenoten, of Tanja soms thuis was, of we iets van haar gehoord hadden. Ze hadden haar sinds woensdag niet meer gezien in Maastricht. In eerste instantie vond ik dat niet verontrustend. Ik dacht: die zijn elkaar gewoon misgelopen. Ik ging er toen nog vanuit dat ze ieder moment met de trein thuis zou komen. Ik ben hier nog een paar keer naar het station gegaan, maar ze kwam niet. Er kwamen nieuwe belletjes van mede studenten. Ze zagen Tanja’s fiets niet. Ze was niet op haar kamer in Gronsveld. Ja, toen vertrouwde ik het niet meer…’.

Adrie, die toen nog buschauffeur was en de hele dag op de weg had gezeten, kwam die vrijdag om kwart over zes thuis en hoorde op dat moment pas het verhaal. Mobiele telefoons waren er toen nog niet echt. Adrie: ‘Mijn eerste reactie was toen: begint dat gesodemieter nu al?’. Om zijn mond is een zuur lachje zichtbaar. ‘Ja, ik dacht, die is van huis, die is aan de zwier’. Maar die gedachte moet hij snel laten varen. ‘We hebben ziekenhuizen gebeld, de politie, de verhuurder van haar kamer… het werd later… toen wisten we: dit is ernstig’.

Wanneer hadden jullie Tanja zelf voor het laatst gesproken?

Corrie: ‘Tanja had mij dinsdag nog gebeld en gezegd dat ze niet donderdag maar vrijdag met de trein naar huis zou komen.
Ze klonk als altijd, vrolijk, niets aan de hand’. Het was een doodgewoon gesprekje, zoals kinderen en ouders die honderden keren voeren’

Hoe ging het toen verder?

Corrie: ‘We zijn de volgende dag, zaterdag, direct naar Maastricht gegaan. Naar Gronsveld, naar haar kamer. Daar lag alles nog. We hebben ook haar route nog gereden. De politie was er toen ook bij en ik weet nog goed dat politieman Wim Beeren toen zei: ‘Dit ziet er niet goed uit…’. Toch hadden we op dat moment nog hoop dat ze over een dag of twee dagen boven water zou komen. We dachten niet meteen het ergste. En een ding wisten we ook zeker: ze is niet weggelopen, zo was ze helemaal niet. Pas toen op maandag de politie met een helikopter boven Maastricht ging zoeken drong het besef door dat er een kans was dat we Tanja niet levend zouden terugzien’.

Adrie: ‘Er werd een poging gedaan om op televisie aandacht voor haar verdwijning te vragen. Er was al een paspop geregeld, met precies dezelfde kleding en schoenen en kapsel, maar op het laatste moment ging dat niet door omdat, zo zeiden ze, Tanja al 18 jaar was. Meerderjarig dus. Als ze zeventien of jonger was geweest hadden ze het wel gedaan. Daar kan ik nu nog steeds boos over worden. Wat een gemiste kans!’.

Wanneer werd jullie duidelijk dat het allemaal wel eens lang kon gaan duren?

Adrie: ‘Ik weet nog dat we hier in Schagen in die begintijd hulp kregen van een non… die kwam langs een sprak met ons. Zij zei: ‘Dit kan wel jaren gaan duren…’. Mijn reactie was toen: ‘Die is gek…’.

Corrie springt in: ‘Ja… en inmiddels zijn we dus 27 jaar verder’.

Misschien een gekke vraag, maar went dat op de lange duur?

Corrie: ‘Wat zal ik zeggen… je wordt sterker, dat wel. Je kunt er beter over praten op bepaalde momenten’.

Adrie: ‘Ik heb toch wel heel lang gehad, jaren en jaren echt, dat als ik in bed lag en ’s nachts gerommel in de steeg hoorde dat ik wakker schoot en dacht: zou ze daar zijn?! En dan lag ik te wachten tot ik de klink van de poort hoorde… maar dat gebeurde nooit. Om diezelfde reden zijn we ook nooit verhuisd. Stel je voor dat Tanja thuiskomt en wij er niet zijn… die gedachte, hoe irreëel ook, zorgt er voor dat je het niet doet. Zo ben je er eigenlijk steeds mee bezig’

Hoe is dat vandaag de dag, na 27 jaar?

Corrie: In de eerste weken, het eerste jaar heb ik er heel veel om gehuild, maar je wordt dus sterker, maar ik ben er ook nu nog echt elke dag mee bezig. Ik roep haar in mijn hoofd…. ‘Tanja… Tanja… waar ben je… waarom… waarom kunnen we je niet vinden???’. Ze is even stil en zegt dan: ‘Ik zou zo graag rust in mijn hoofd hebben, maar dat lukt niet. Als er weer iets in het nieuws is over Tanja slaap ik weer slecht’. Maar dan, monter: ‘ Maar het is niet alleen droefenis hoor… het is thuis echt wel gezellig als de andere kinderen komen, dat heb ik altijd gezegd: het moet gezellig zijn als de kinderen komen’.

Adrie, hoe is dat bij jou? Ben jij er ook dagelijks zo mee bezig?

Hij maakt aanstalten om zijn hoofd te schudden en te zeggen dat het wel meevalt. Maar dan springt Corrie in: ‘Jawel… hij droomt er vaak over… dan hoor ik een harde gil, dan is hij aan het dromen. Bijna elke nacht’.

Adrie: ‘Ja, ik heb achtervolgingsdromen, ze zitten achter mij aan of ik achter anderen….’.

Corrie: ‘Het gekke is, als we in het buitenland zijn en we zijn ergens aan het fietsen: dán begint hij er ineens over te praten’. Adrie knikt en trekt een gezicht van: begrijp ik zelf ook niet….

Beleven jullie het verschillend?

Corrie: ‘Ja! Ik praat er over… hij niet’. En na een bedachtzame stilte: ‘Ik kan me goed voorstellen dat er mensen uit elkaar gaan in zo’n situatie… Het is echt moeilijk hoor. Het vergt zoveel van je. Wij hebben ook professionele hulp gezocht, zeker. Dat heeft geholpen, we zijn nog steeds samen en we hebben het goed, maar het is moeilijk geweest’. Adrie knikt instemmend, maar zwijgt.

Corrie: ‘We praten er met de drie andere kinderen – Tanja was de jongste – ook niet veel over. Zij hebben hun eigen gezin, kinderen, baan, huis, hun eigen zorgen, noem maar op. Dan moet je het niet altijd over Tanja hebben. Maar als er iets is… dan staan ze er hoor’. Kijk, feestdagen hoeven van mij persoonlijk niet meer, maar je maakt er het beste van’.

Hoe denken jullie nu aan Tanja… Is zij nog steeds dat meisje van 18 jaar?

Corrie wil iets zeggen, maar zwijgt. Tranen wellen op in haar ogen. Adrie zegt: ‘Ja, ze is altijd 18 gebleven. Ik zie hier nog zo zitten…’. Hij knikt met zijn hoofd naar een leunstoel bij de salontafel. ‘Dan legde ze haar benen op tafel met van die grote schoenen, ja, dat zie ik nog zo voor me. Zo is ze altijd gebleven’.

Corrie: ‘Ik vraag me natuurlijk vaak af: zou ze getrouwd zijn? Kinderen hebben? Zou ze afgestudeerd zijn en waar zou ze werken…? Maar ja, dat weten we dus allemaal niet. Soms knaagt dat enorm’. Ze is weer even stil en zegt dan: ‘Tanja was een heel gewoon meisje, nooit problemen… en dan denk je: waarom wij?? Waarom zij?? Nee, dit hadden we nooit kunnen vermoeden toen zij in Maastricht ging studeren’.

Jullie worden ouder… Corrie jij bent 76 en jij Adrie 78… Wat doet dat met jullie. Stel je dat je geen antwoord krijgt?

Corrie: ‘Ja, ik denk vaak potverdorie… straks leef ik niet meer, ben ik er niet meer en heb ik nog steeds geen antwoord. Dat zou ik heel erg vinden. Ja, daar ben ik bang voor. Ik merk wel dat ik niet teveel meer durf te hopen’.

Want hoop is uitgestelde teleurstelling?

Corrie: ‘Ja!’.

En als ze dan gevonden wordt?

Corrie: ‘Dan ben ik minstens een maand compleet van slag….zeker weten. Maar ik heb ook wel gezegd: Als ze gevonden wordt… dan haal ik gebak… begrijp je dat? Ik hoop dat als ze wordt gevonden dat ik rust krijg in mijn hoofd’. En vervolgens: ‘Weet je wat het ook is: Tanja is niet meer alleen van ons… ze is ook van Schagen… van Gronsveld… van Maastricht… ja, van heel Nederland. Dat geeft ook druk. Ik verlang echt naar die rust in mijn hoofd, maar ik durf er niet op te rekenen dat het ooit zover komt’.

Stel dat ze gevonden wordt, wordt ze dan hier in Schagen begraven?

Corrie: ‘Nee… Tanja heeft als jong meisje altijd al gezegd dat ze niet begraven wilde worden… dat respecteren we…. Ze zal gecremeerd worden… maar ze komt wel thuis natuurlijk, dat zeker’.

Is jullie persoonlijkheid veranderd de afgelopen 27 jaar?

Adrie, terwijl hij naar Corrie kijkt: ‘ Ze zegt vaak: waar maken mensen zich drùk om… ze kan zich dat niet meer voorstellen’. Corrie: ‘Ja, klopt, gedoe over onbenulligheden kan ik niet meer goed verdragen. Ik volg ook alles op tv, wat hier raakvlakken mee heeft, de zaak Nicky Verstappen noemt maar op. Adrie veel minder’.

En jij zelf, Adrie?

Corrie: ‘Hij is stiller geworden, veel stiller… Hij vindt het moeilijk om er over te praten. Hij wil dat ook vaak niet’.

Adrie: ‘Ja, klopt… het is regelmatig gebeurd dat we op een feestje waren, best gezellig… en dan, een half uur voordat het afgelopen is, komt er iemand naast je zitten, die dan zegt: ‘Hoe gaat het nu met je… ?’ Begrijp je? Gevolg is dat ik dan toch met tranen in mijn ogen naar huis ga. Het is allemaal goed bedoeld, maar dat wil ik dus niet. Dat vind ik moeilijk’.

Zijn er wel eens moment geweest dat jullie het niet meer trekken? Dat je woedend wordt op het leven, op alles en iedereen?

Corrie: ‘Ha, o ja, zeker… ik wel! Er zijn momenten dat ik hier wel eens met de deuren gooi, nog steeds’.

Adrie knikt weer en zegt: ‘Ja, dat is waar, maar je wordt sterker, je beschermt jezelf daartegen’.

Hoe belangrijk is het dat de verdwijning wordt opgelost?

Corrie: ‘Dat is het belangrijkste in ons leven! Absoluut. We willen de waarheid weten. We moeten het weten. Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft…. !! Zeg het als je iets weet… doe je mond open… vertel het! Dan hoef ik Tanja niet meer te roepen in mijn hoofd’.

Adrie knikt: ‘We hebben lang genoeg gewacht…’.

Peter R. de Vries

Doneer en help mee!

Vindt u het ook belangrijk dat Tanja Groen eindelijk thuis komt?

Help dan mee. Doe dan mee. En doneer op de bankrekening van Stichting De Gouden Tip. De beloning wordt uitgekeerd aan de persoon die zorgt dat het lichaam van Tanja wordt gevonden – zie de voorwaarden. Heeft u altijd al iets aan de bestrijding van misdaad willen doen? Trekt u zich het leed van nabestaanden aan? Dan kunt u nu helpen. Doneer. Voor de ouders van Tanja Groen.

Heeft u een tip?

Weet u meer over de verdwijning van Tanja Groen?

  • Weet u meer over omstandigheden waaronder zij verdween?
  • Weet u wie daar mee te maken heeft? Weet u waar haar lichaam is?
  • Of heeft u andere wetenschap of kennis die dit mysterie kan ophelderen?

Help dan mee, breng Tanja Groen thuis.

{

Zeg het als je iets weet… doe je mond open… vertel het! Dan hoef ik Tanja niet meer te roepen in mijn hoofd.
We hebben lang genoeg gewacht…

Pin It on Pinterest

Share This